De vergrotende trap in het Engels: -er of more ... than
Wil je in het Engels twee dingen vergelijken, dan plak je bij korte bijvoeglijke naamwoorden -er achter het woord (taller, bigger) en zet je more voor langere woorden (more expensive). Het tweede deel van de vergelijking begint altijd met than: "She is taller than me." en "This is more expensive than that." Anders dan in het Nederlands, waar we vrijwel alles met -er vormen (groter, duurder), kent het Engels dus die korte/lange splitsing. Let ook op de onregelmatige vormen: good wordt better ("My new phone is better."), bad wordt worse en far wordt further.
Voorbeelden
- She is taller than me. her height is greater than the speaker's
- This is more expensive than that. this costs more than that
- My new phone is better. the new phone is superior
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Wil je twee dingen vergelijken in het Engels? Er is één simpele regel, en één fout die je meteen verraadt.
-
We vergelijken voortdurend: prijzen, mensen, keuzes. Alles draait om de lengte van het bijvoeglijk naamwoord: korte en lange woorden gedragen zich anders.
-
Hier is de splitsing. Bij korte woorden —één lettergreep— voeg je -er toe: <t>tall</t> wordt <t>taller</t>. Bij langere laat je het woord staan en zet je <t>more</t> ervoor.
-
Laten we het in actie zien. <t>Tall</t> is kort, dus voegen we -er toe, en we verbinden de vergelijking met <t>than</t>. She is taller than me.
-
<t>Expensive</t> is een lang woord, dus het blijft heel en krijgt <t>more</t> ervoor. Ook hier verbindt <t>than</t> de twee dingen. This is more expensive than that.
-
Een spellingsval bij korte woorden. Eindigt het woord op een klinker en een medeklinker, dan verdubbel je die laatste medeklinker vóór -er. <t>Big</t> wordt <t>bigger</t>, niet <t>biger</t>.
-
En woorden op -y veranderen de y in een i en voegen dan -er toe. <t>Happy</t> wordt <t>happier</t>; <t>easy</t> wordt <t>easier</t>. Today is happier than yesterday.
-
Nu de uitzonderingen die je moet kennen. Een paar veelgebruikte woorden zijn onregelmatig en volgen geen patroon. <t>Good</t> wordt <t>better</t>, <t>bad</t> wordt <t>worse</t> en <t>far</t> wordt <t>further</t>.
-
Je zegt dus nooit <t>more good</t>. <t>Good</t> wordt gewoon <t>better</t>. My new phone is better.
-
Dit is de fout die je verraadt. Gebruik ze nooit samen. Het is <t>bigger</t> of <t>more big</t>, nooit <t>more bigger</t>. Kies één vergelijking, niet twee.
-
En vergeet de spelling niet. Bij deze korte woorden moet je de laatste medeklinker verdubbelen: het is <t>bigger</t> en <t>hotter</t>, met twee letters, nooit één.
-
Even vastzetten. Korte woorden krijgen -er; lange nemen <t>more</t>; je verbindt met <t>than</t>; en een handvol —<t>good</t>, <t>bad</t>, <t>far</t>— is gewoon onregelmatig.