De Engelse onderwerpsvoornaamwoorden onder de knie
In het Engels zijn er zeven persoonlijke voornaamwoorden die als onderwerp dienen: I, you, he, she, it, we en they. Let op de verschillen met het Nederlands: "you" gebruik je zowel voor het enkelvoud (jij) als het meervoud (jullie), en "it" gebruik je voor dingen en dieren. Anders dan in het Nederlands heeft elke Engelse zin een onderwerp nodig, dus zeg je "It is cold today." en niet zomaar "Is cold today." Onthoud ten slotte dat "I" altijd met een hoofdletter wordt geschreven, zoals in "I am a student." en "They live here."
Voorbeelden
- I am a student. the speaker is a student
- It is cold today. describing the weather
- They live here. more than one person lives here
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
<t>Is raining.</t> <t>Am tired.</t> In het Engels is dat fout — elke zin heeft een onderwerp nodig.
-
In veel talen mag je het onderwerp weglaten. In het Engels nooit — je hebt altijd een woord nodig dat zegt wie er iets doet.
-
Er zijn er precies zeven, verdeeld naar aantal. Enkelvoud: <t>I</t>, <t>you</t>, <t>he</t>, <t>she</t>, <t>it</t>. Meervoud: <t>we</t>, <t>you</t>, <t>they</t>.
-
Begin bij jezelf. <t>I</t> — en in het Engels schrijf je dat altijd met een hoofdletter. I am a student.
-
<t>You</t> is degene tegen wie je praat. You are my friend.
-
En precies datzelfde <t>you</t> werkt ook voor een hele groep — één of meerdere. You are all welcome.
-
Voor andere mensen: <t>he</t> voor een man, <t>she</t> voor een vrouw. She is a doctor.
-
<t>It</t> gebruik je voor dingen en dieren — alles wat je geen <t>he</t> of <t>she</t> zou noemen. It is on the table.
-
En dit is de slimme. Het Engels gebruikt <t>it</t> zelfs als het naar niets verwijst — zoals bij het weer. De plek van het onderwerp moet toch ingevuld worden. It is cold today.
-
<t>We</t> is jij en minstens één ander — jezelf inbegrepen. We live here.
-
En <t>they</t> is een groep waar jij niet bij hoort. They live here.
-
En hier zit de grote valkuil. Andere talen zeggen gewoon <t>Is raining</t>. Het Engels moet <t>It is raining</t> zeggen — geef het werkwoord altijd een onderwerp.
-
En in geschreven tekst is het woord <t>I</t> altijd een hoofdletter — nooit klein, ook niet midden in een zin.
-
Dus: <t>I</t>, <t>you</t>, <t>he</t>, <t>she</t>, <t>it</t>, <t>we</t>, <t>they</t>. <t>You</t> is één of meerdere, <t>it</t> dekt zelfs het weer, en elke zin heeft een onderwerp nodig.