Past continuous: was en were + werkwoord-ing
De past continuous gebruik je in het Engels voor een handeling die op een bepaald moment in het verleden aan de gang was. Je vormt hem met was of were + het hele werkwoord met -ing: "I was cooking at 8pm." Vaak zet hij de achtergrond neer en wordt hij onderbroken door een afgeronde gebeurtenis in de past simple, zoals in "They were watching TV when I arrived." Let op: het Nederlands kent deze vorm niet en gebruikt gewoon de verleden tijd ("ik kookte", "ze keken tv"), waardoor je makkelijk vergeet was/were + -ing te zetten. Kies bovendien zorgvuldig tussen was (I/he/she/it) en were (you/we/they), en vraag naar een lopende handeling met "What were you doing?"
Voorbeelden
- I was cooking at 8pm. cooking was in progress at 8pm
- They were watching TV when I arrived. the TV-watching was ongoing when the speaker arrived
- What were you doing? asking what action was in progress
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Zeg <t>I was eating, then I was leaving</t> en een moedertaalspreker hoort dat er iets niet klopt. Één tijd verkeerd gebruikt en je hele verhaal klinkt kapot.
-
De <t>past continuous</t> toont een handeling die op een moment in het verleden bezig was. Niet af, geen reeks: aan de gang. Zo bouw je hem.
-
Kies <t>was</t> of <t>were</t> passend bij het onderwerp en voeg het hoofdwerkwoord met <t>-ing</t> toe. Dat is de hele formule.
-
Begin simpel. Koppel een handeling aan een moment in het verleden en laat zien dat hij al bezig was. I was cooking at 8pm.
-
Nu de echte kracht: de scène neerzetten. Een langere handeling is bezig wanneer een kortere hem onderbreekt. They were watching TV when I arrived.
-
Zie je het patroon? De lange achtergrondhandeling krijgt de <t>past continuous</t>. De korte gebeurtenis die hem doorsnijdt krijgt de <t>past simple</t>.
-
Hoor het in actie. Het slapen was al bezig; de telefoon sneed erdoorheen. I was sleeping when the phone rang.
-
Het werkt ook in vragen. Vraag welke handeling op dat moment bezig was. What were you doing?
-
Twee lange handelingen kunnen tegelijk lopen. Gebruik <t>while</t>, en beide krijgen de <t>past continuous</t>. She was reading while I was cooking.
-
En nu de grote valkuil. Voor afgeronde handelingen die na elkaar gebeuren heb je de <t>past simple</t> nodig, niet de <t>continuous</t>. De <t>continuous</t> schildert de scène, niet de reeks.
-
De andere misstap is <t>was</t> en <t>were</t> door elkaar halen. <t>He, she, it</t> en <t>I</t> krijgen <t>was</t>. <t>You, we</t> en <t>they</t> krijgen <t>were</t>.
-
Onthoud: <t>was</t> of <t>were</t> plus <t>-ing</t> voor een handeling die bezig is. Het zet de scène neer; de <t>past simple</t> levert de gebeurtenis die hem onderbreekt.