Tijden en aspect

'Will' voor voorspellingen en spontane beslissingen

Niveau A2 Tijden en aspect
Kerngedachte

In het Engels gebruik je 'will' + de basisvorm van het werkwoord voor voorspellingen, beloftes en beslissingen die je op het moment van spreken neemt: "I'll get the door." (een beslissing die je nu pas neemt) of "It will be cold tomorrow." (een voorspelling). 'Will' blijft hetzelfde bij elke persoon en wordt meestal samengetrokken tot 'll; de ontkenning is 'won't', zoals in "She won't agree." Let op twee veelgemaakte fouten: zet er nooit 'to' achter (niet "I will to go") en gebruik 'will' niet voor plannen die al vaststaan, want daarvoor is 'going to' natuurlijker. Anders dan in het Nederlands, waar je vaak gewoon de tegenwoordige tijd gebruikt ('Het is morgen koud'), markeert het Engels de toekomst en spontane beslissing expliciet met 'will'.

Voorbeelden

  • I'll get the door. a decision made right now
  • It will be cold tomorrow. a prediction about tomorrow
  • She won't agree. she refuses / it is predicted she won't

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. will + verb

    voorspellingen en spontane beslissingen

    De telefoon gaat. Jij wilt opnemen, maar hoe zeg je dat in het Engels? Kies dit ene woord goed en je klinkt spontaan, natuurlijk en zelfverzekerd.

  2. will + basisvorm = een voorspelling, of een beslissing die je nu neemt.

    Will gebruik je voor twee dingen: een voorspelling over de toekomst, en een beslissing die je nu meteen neemt, op het moment van spreken.

  3. will + base verb

    I / you / we / they will go
    he / she / it will go

    De vorm is heerlijk simpel. Will plus de basisvorm van het werkwoord: geen -s, geen -ing, geen to. En voor elke persoon hetzelfde.

  4. I'll get the door.

    spontane beslissing

    Eerst de spontane beslissing. Er gebeurt iets, en je beslist ter plekke. I'll get the door.

  5. 🗣️

    In spreektaal wordt will → 'll : I'll, you'll, she'll, we'll.

    Hoorde je dat? I'll, niet I will. In spreektaal wordt will bijna altijd ll. Dat is de natuurlijke, alledaagse klank.

  6. It will be cold tomorrow.

    voorspelling

    Nu een voorspelling. Je kijkt vooruit en zegt wat je denkt dat er gaat gebeuren. It will be cold tomorrow.

  7. I think they will win.

    voorspellingen beginnen vaak met 'I think'

    We verzachten voorspellingen vaak met I think, I'm sure of maybe. Het blijft will. I think they will win.

  8. She won't agree.

    won't = will not

    Voor de ontkenning gebruik je won't, kort voor will not. Dat is een weigering of een zekere voorspelling dat iets niet gebeurt. She won't agree.

  9. will vs going to

    will
    • nu beslissen
    • voorspelling
    • I'll get it!
    going to
    • al gepland
    • intentie
    • I'm going to call her

    Dit is waar iedereen in de war raakt. Will is voor beslissingen die je nu neemt. Going to is voor plannen die je al eerder had besloten.

  10. I will to help you. geen 'to' na will
    I will help you. will + basisvorm

    will is modaal: will + basisvorm, nooit 'will to'.

    De fout nummer één: to na will zetten. Will is een modaal werkwoord: het neemt het werkwoord zonder to. Nooit will to.

  11. I will visit Rome next week. (already booked) een geregeld plan
    I'm going to visit Rome next week. 'going to' voor vaste plannen

    Al besloten → going to. Nu besloten → will.

    Tweede valkuil: will gebruiken voor een plan dat je al had gemaakt. Als het vaststaat, klinkt going to veel natuurlijker.

  12. Onthoud

    • will + basisvorm (geen 'to')
    • voorspellingen & spontane beslissingen
    • wordt 'll · ontkenning = won't

    Dus: will plus de basisvorm voor voorspellingen en spontane beslissingen. Het wordt ll, de ontkenning is won't, en voeg nooit to toe.

Aanbevolen video's