Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden

Much, many, a lot of, a few of a little: hoeveelheden in het Engels

Niveau A2 Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden
Kerngedachte

In het Nederlands gebruik je gewoon 'veel' en 'weinig' bij van alles, maar in het Engels hangt de keuze af van of een woord telbaar is of niet. Bij telbare woorden gebruik je 'many' en 'a few' ("There are a few apples left."), bij ontelbare woorden 'much' en 'a little' ("How much time do we have?"). 'A lot of' past bij allebei en klinkt het natuurlijkst in bevestigende zinnen, zoals in "I have a lot of friends." 'Much' en 'many' bewaar je vooral voor vragen en ontkennende zinnen; zeg dus niet 'I have much money', maar 'I have a lot of money'.

Voorbeelden

  • I have a lot of friends. the speaker has many friends
  • How much time do we have? asking the amount of time
  • There are a few apples left. a small number of apples remain

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. much · many · a lot of

    hoeveelheden goed zeggen

    Zeg <t>I have much friends</t> en elke moedertaalspreker huivert. Het hoeveelheidswoord hangt van één ding af, en de meesten doen het verkeerd.

  2. Vraag eerst: kun je het zelfstandig naamwoord tellen?

    De hele truc is één vraag: kun je het zelfstandig naamwoord tellen? Vrienden, appels, boeken kun je tellen. Water, tijd, geld niet. Die ene scheiding bepaalt alles.

  3. Stem het hoeveelheidswoord af op het zelfstandig naamwoord

    Telbaar
    • many (veel)
    • a few (weinig)
    Ontelbaar
    • much (veel)
    • a little (weinig)

    Hier is de kaart. Bij telbare woorden gebruik je <t>many</t> voor veel en <t>a few</t> voor weinig. Bij ontelbare <t>much</t> voor veel en <t>a little</t> voor weinig.

  4. There are a few apples left.

    telbaar → a few

    Appels zijn telbaar, dus een kleine hoeveelheid krijgt <t>a few</t>. There are a few apples left.

  5. We have a little time before lunch.

    ontelbaar → a little

    Tijd is ontelbaar, dus een kleine hoeveelheid krijgt <t>a little</t>. We have a little time before lunch.

  6. How many people are coming?

    telbaar → many

    Nu grote hoeveelheden. In vragen krijgen telbare woorden <t>many</t>. How many people are coming?

  7. How much time do we have?

    ontelbaar → much

    En in vragen krijgen ontelbare woorden <t>much</t>. How much time do we have?

  8. Gebruik in bevestigende zinnen 'a lot of': past bij allebei.

    Nu het deel waar iedereen over struikelt. <t>Much</t> en <t>many</t> klinken natuurlijk in vragen en ontkenningen. Maar in een bevestigende zin klinken ze stijf, en daar is <t>a lot of</t> je beste vriend: het past bij allebei.

  9. I have a lot of friends.

    bevestiging → a lot of

    Dus in plaats van <t>I have many friends</t> is de natuurlijke keuze: I have a lot of friends.

  10. She spends a lot of money.

    ontelbaar, bevestiging → a lot of

    En het werkt net zo goed bij een ontelbaar woord als <t>money</t>. She spends a lot of money.

  11. I have much friends. much + telbaar ✗
    I have a lot of friends. natuurlijke bevestiging ✓

    Telbare woorden krijgen nooit 'much'.

    Dit zijn de klassieke fouten. <t>Much friends</t> is fout: <t>friends</t> is telbaar, dus <t>many friends</t>, of beter <t>a lot of friends</t>. Gebruik nooit <t>much</t> bij iets telbaars.

  12. I don't have many money. many + ontelbaar ✗
    I don't have much money. ontkenning ✓

    Ontelbare woorden krijgen nooit 'many'.

    En de omgekeerde fout: <t>many money</t>. <t>Money</t> is ontelbaar, dus geen <t>many</t>. Zeg <t>much money</t> in een vraag, of <t>a lot of money</t> in een bevestiging.

  13. Onthoud

    • Telbaar → many / a few
    • Ontelbaar → much / a little
    • Bevestigende zin → a lot of (allebei)

    Onthoud: tel eerst. Telbaar krijgt <t>many</t> en <t>a few</t>; ontelbaar <t>much</t> en <t>a little</t>. En in bevestigende zinnen werkt <t>a lot of</t> altijd.