Tijden en aspect

Servische toekomende tijd (futur I): ću raditi en radiću

Niveau A2 Tijden en aspect
Kerngedachte

Wil je in het Servisch zeggen wat je gaat doen? Dan gebruik je de futur I, de toekomende tijd. Die bouw je met de korte (enclitische) vorm van „hteti“ — ću, ćeš, će, ćemo, ćete, će — plus de infinitief van het hoofdwerkwoord. Het mooie: er zijn twee schrijfwijzen met dezelfde betekenis. Staat de enclitisch vooraan, dan blijft de infinitief heel: „Sutra ću raditi.“ Begint de zin met het werkwoord, dan valt „-ti“ weg en plak je alles aaneen: „Radiću sutra.“ In vragen werkt het net zo: „Šta ćeš jesti?“ Let op de klassieke valkuil: schrijf nooit het Kroatische „radit ću“ of „raditiću“, en zet de enclitisch nooit aan het begin. Met deze twee vormen praat je moeiteloos over alles wat nog komt.

Voorbeelden

  • Sutra ću raditi. I'll work tomorrow.
  • Radiću sutra. I'll work tomorrow.
  • Šta ćeš jesti? What will you eat?

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. futur I

    ću raditi · radiću

    Wil je zeggen wat je morgen gaat doen? Dan heb je de futur prvi nodig — de toekomende tijd. Hij is makkelijk te vormen, maar kent één valkuil in de spelling die bijna iedereen in de war brengt. Laten we die definitief oplossen.

  2. Futur I = enclitisch „hteti“ (ću, ćeš, će…) + infinitief.

    De futur prvi is de toekomende tijd — voor plannen, bedoelingen en voorspellingen. Hij bestaat uit twee delen: de korte vorm van het werkwoord hteti en de infinitief van het hoofdwerkwoord. Die korte vorm heet de enclitisch: ću, ćeš, će.

  3. hteti (clitisch)

    ja ću
    ti ćeš
    on/ona će
    mi ćemo
    vi ćete
    oni će

    Hier is de volledige enclitische vorm van hteti. Ja ću, ti ćeš, on će, mi ćemo, vi ćete, oni će. Dit zijn korte, onbeklemtoonde vormen — leer ze uit je hoofd, want ze zijn het hart van de hele tijd.

  4. twee toekomstvormen — zelfde betekenis

    enclitisch eerst
    • ću raditi
    • infinitief blijft heel
    • los
    werkwoord eerst
    • radiću
    • „-ti“ valt weg
    • samengevoegd tot één woord

    Nu het belangrijkste: er zijn twee manieren om de enclitisch en de infinitief te verbinden. Eerste — staat de enclitisch voorop, dan blijft de infinitief heel: ću raditi. Tweede — staat het werkwoord voorop, dan valt -ti weg en plakt de enclitisch eraan vast tot één woord: radiću.

  5. Sutra ću raditi.

    enclitisch eerst → infinitief heel

    Begin met de eerste vorm. De zin opent met het bijwoord sutra, dan komt de enclitisch er meteen achter, en de infinitief blijft heel: Sutra ću raditi. Dat betekent I'll work tomorrow. De enclitisch ću, dan de volle infinitief raditi — los.

  6. Radiću sutra.

    werkwoord eerst → raditi − ti + ću

    Nu dezelfde betekenis, maar in de andere vorm. Opent het werkwoord de zin, dan halen we -ti van raditi af en plakken ću erachter — één woord: Radiću sutra. Raditi min -ti geeft radi-, plus ću geeft radiću. Dezelfde toekomst, alleen aaneen.

  7. Šta ćeš jesti?

    ti → ćeš · infinitief heel

    Vragen gaan precies zo. Šta ćeš jesti? — het vraagwoord šta staat voorop, dan komt de enclitisch ćeš erachter, en de infinitief jesti blijft heel: Šta ćeš jesti? What will you eat? Tweede persoon enkelvoud — ćeš.

  8. Oni će doći večeras.

    oni → će · onderwerp eerst

    Derde persoon meervoud. Oni će doći večeras. Het onderwerp oni staat voorop, dan komt de enclitisch će erachter, en de infinitief doći blijft heel: Oni će doći večeras. They'll come tonight. Met het werkwoord voorop zou het Doći će večeras zijn.

  9. raditi — futur I

    ja ću raditi / radiću
    ti ćeš raditi / radićeš
    on/ona će raditi / radiće
    mi ćemo raditi / radićemo
    vi ćete raditi / radićete
    oni će raditi / radiće

    Hier het complete beeld van raditi in beide vormen en alle personen. Links de losse vorm, rechts de aaneen. Beide kloppen — je kiest op basis van de woordvolgorde in de zin.

  10. radit ću / raditiću foute spelling
    radiću Ik ga werken

    Haal de hele „-ti“ weg en plak dan de enclitisch → „radiću“.

    En nu de valkuil waarmee we begonnen. Als je werkwoord en enclitisch verbindt, schrijf je niet radit ću en ook niet raditiću. -ti valt helemaal weg, en pas dan plak je de enclitisch vast: radiću. Eén woord, zonder spatie, zonder t ervoor.

  11. Ću raditi sutra. enclitisch aan het begin
    Radiću sutra. / Sutra ću raditi. Ik ga morgen werken.

    De enclitisch „ću“ mag niet aan het begin van de zin staan.

    De tweede fout zit in de woordvolgorde. De enclitisch is onbeklemtoond en staat nooit aan het begin van de zin. Ću raditi sutra deugt niet. Het moet Sutra ću raditi zijn, of aaneen Radiću sutra.

  12. werkwoorden op -ti vs op -ći

    op -ti (raditi)
    • ću raditi
    • radiću ✓
    op -ći (doći)
    • ću doći / doći ću
    • doćiću — vermijd

    Nog een opmerking voor werkwoorden op -ći, zoals doći of reći. Die hebben geen -ti om af te halen, dus geen aaneenvorm met inkorting — je zegt doći ću of ja ću doći, maar niet doćiću. Voor hen blijft alleen de losse vorm.

  13. Onthoud

    • futur I = ću, ćeš, će… + infinitief
    • enclitisch eerst → „ću raditi“ · werkwoord eerst → „radiću“
    • nooit „radit ću“; enclitisch niet aan het begin

    Samengevat. De futur prvi is de enclitisch hteti plus de infinitief. Staat de enclitisch voorop, dan blijft de infinitief heel: ću raditi. Staat het werkwoord voorop, dan haal je -ti weg en voeg je samen: radiću. Nooit radit ću, en nooit de enclitisch aan het begin. Nu kun je over alles praten wat nog komt.