Servisch Lessen
- Servisch heeft geen lidwoorden, maar wel woordgeslachtA1
- Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp in het ServischA1
- De tegenwoordige tijd van « biti » (zijn): korte en lange vormenA1
- Nisam, nisi, nije: het werkwoord 'zijn' ontkennen in het ServischA1
- De tegenwoordige tijd van regelmatige Servische werkwoordenA1
- De Servische nominatief (Nominativ)A1
- De accusatief in het Servisch: het lijdend voorwerp en bezieldheidA1
- Ontkennen in het Servisch: 'ne' voor het werkwoordA1
- Ja/nee-vragen in het Servisch: da li en liA1
- Servische vraagwoorden: ko, šta, gde, kada, zašto, kakoA1
- Servische bijvoeglijke naamwoorden: overeenkomst in de nominatiefA1
- Servische aanwijzende voornaamwoorden: ovaj, taj, onajA1
- Servische bezittelijke voornaamwoorden: moj, tvoj, njegov en de restA1
- De Servische genitief: hoe de naamwoorduitgang het werk doetA1
- De locatief: hoe het Servisch een plaats aangeeftA1
- Het Servische meervoud: zo vorm je de nominatiefA1
- Getallen met naamwoorden in het ServischA1
- Modale werkwoorden in het Servisch: moći, morati, hteti, želetiA1
- Servisch: imati en nemam — hebben, niet hebben en de juiste naamvalA1
- De Servische verleden tijd: radio sam of radila sam?A2
- Servische toekomende tijd (futur I): ću raditi en radićuA2
- De datief in het Servisch (de ontvanger: aan wie?)A2
- De instrumentalis in het ServischA2
- Servisch werkwoordsaspect: imperfectief en perfectiefA2
- Wederkerende werkwoorden in het Servisch: "se"A2
- Servische korte voornaamwoorden: me, te, ga, jojA2
- Woordvolgorde van Servische clitica: de tweede-positie-regelA2
- De vergrotende trap van bijvoeglijke naamwoorden in het ServischA2
- De overtreffende trap van bijvoeglijke naamwoorden in het Servisch (naj-)A2
- De vocatief in het Servisch: hoe je iemand aanspreektA2
- Servische voorzetsels en de naamvallen die ze sturenA2
- Rangtelwoorden en klokkijken in het ServischA2
- Bijwoorden in het Servisch: zo worden ze gevormdA2
- Servische bijvoeglijke naamwoorden verbuigen in de naamvallenA2
- Het Servische aspect kiezen: voltooide of doorlopende handelingB1
- De gebiedende wijs in het Servisch: bevelen, uitnodigingen en beleefde verzoekenB1
- Het Servische betrekkelijk voornaamwoord koji – geslacht van buiten, naamval van binnenB1
- De Servische conditionalis (potencijal): hoe zeg je „ik zou willen“B1
- Servisch «da» + tegenwoordige tijd als vervanger van de infinitiefB1
- Servische bewegingswerkwoorden en voorvoegsels (ići, doći, otići…)B1
- Servische naamvallen in het meervoud: waarom het meervoud makkelijker is dan het enkelvoudB1
- „od + genitief“ of „nego“: zo vergelijk je in het ServischB1
- De Servische aoristus: de levendige verleden tijd van één woordB1
- Het Servische «se»: onpersoonlijk en wederkerigB1
- Servische onbepaalde en ontkennende voornaamwoorden en de dubbele ontkenningB1
- Het passief in het Servisch: proces met “se” versus resultaat met een deelwoordB2
- Het verbaal bijwoord in het Servisch: -ći en -všiB2
- De voorwaarde in het Servisch: ako (reëel) en da/kad (irreëel)B2
- Servisch Futur II: de toekomst in bijzinnen met kad budemB2
- Servische bijzinnen: reden, doel, toegeving en gevolg (B2)B2
- Servische voorvoegsels: twee taken in één werkwoordB2
- Woordvolgorde en informatiestructuur in het ServischB2