Ja/nee-vragen in het Servisch: da li en li
Het Servisch vormt een ja/nee-vraag op twee standaardmanieren. De eenvoudigste, en in spreektaal de gewoonste, is om da li vooraan de zin te zetten en de rest ongewijzigd te laten: Da li govoriš srpski? betekent „Spreek je Servisch?". Omdat de woordvolgorde niet verandert, kun je hier als beginner het beste mee starten. De tweede manier zet het werkwoord vooraan en schuift het partikel li er meteen achter: Govoriš li srpski? betekent hetzelfde, maar klinkt iets formeler en literairder. De belangrijkste regel is dat li nooit vooraan de zin mag staan. Het is een clitisch woordje dat altijd op de tweede plaats komt, direct na het werkwoord. Daarom is *Li govoriš srpski? fout en is Govoriš li srpski? juist. Dit is de meest voorkomende fout bij Nederlandstaligen, omdat wij een ja/nee-vraag maken door simpelweg werkwoord en onderwerp om te wisselen (Spreek je …?), zonder een los woordje dat op een vaste plek moet komen. Met het werkwoord „zijn" gelden dezelfde patronen: Da li je ovo tvoje? en Je li ovo tvoje? betekenen „Is dit van jou?". In snelle spraak wordt Je li vaak ingekort tot Je l'. Alleen een stijgende intonatie kan een mededeling in de spreektaal ook tot vraag maken, maar de les leert de twee standaardstructuren. Om te oefenen: Da li imaš vremena? en Imaš li vremena? („Heb je tijd?").
Voorbeelden
- Da li govoriš srpski? Do you speak Serbian?
- Govoriš li srpski? Do you speak Serbian?
- Da li je ovo tvoje? Is this yours?
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Wil je iemand iets vragen, maar weet je niet hoe je de vraag vormt? In het Servisch heeft een ja/nee-vraag maar twee eenvoudige patronen.
-
Een ja/nee-vraag beantwoord je met ja of nee. In het Servisch maak je hem op twee manieren, allebei volkomen correct. Dit is het kernidee.
-
Eerste manier: zet Da li helemaal vooraan in de zin, en de rest blijft als in een bewering. Tweede manier: het werkwoord komt eerst, en het woordje li komt er meteen achter.
-
Laten we dezelfde vraag op beide manieren zien. Eerst met Da li vooraan. Da li govoriš srpski?
-
Nu dezelfde vraag, maar omgekeerd: het werkwoord komt eerst en li komt er meteen achter. Govoriš li srpski?
-
Let op het belangrijkste verschil: bij Da li staan de twee woorden samen vooraan. In de korte vorm staat li nooit vooraan — het staat altijd op de tweede plaats, meteen na het werkwoord.
-
Het werkt ook met het werkwoord zijn. Met Da li klinkt de zin het natuurlijkst in alledaagse spraak. Da li je ovo tvoje?
-
Dezelfde vraag in de korte vorm: het werkwoord je komt eerst en li belandt er meteen achter. Je li ovo tvoje?
-
Nog een alledaags voorbeeld. Wil je vragen of iemand tijd heeft? Da li werkt perfect. Da li imaš vremena?
-
En zijn korte tweelingbroer. Het werkwoord imaš eerst, dan li er meteen achter. Imaš li vremena?
-
Hier de meestgemaakte fout. Het woordje li staat nooit helemaal vooraan in de vraag. Het komt altijd meteen na het werkwoord — of je zet gewoon Da li vooraan.
-
Een opmerking over de uitspraak: in spraak worden Da li je en Je li vaak ingekort tot Je l. Je hoort Je l ovo tvoje? — dezelfde vraag, alleen sneller gezegd.
-
Even samenvatten. Een ja/nee-vraag maak je op twee manieren: Da li vooraan voor alledaagse spraak, of het werkwoord eerst met li er meteen achter. En onthoud: li staat nooit vooraan.