Bijzinnen

Servisch «da» + tegenwoordige tijd als vervanger van de infinitief

Niveau B1 Bijzinnen
Kerngedachte

In het Nederlands zetten we na «willen», «moeten» of «kunnen» zonder meer een infinitief: «ik wil gaan», «ik moet werken». Het Servisch doet het in de dagelijkse taal anders: het vervangt de infinitief meestal door «da» + tegenwoordige tijd. In plaats van het wat boekachtige «Hoću ići» zegt een Serviër dus vanzelfsprekend «Hoću da idem» (ik wil gaan), en in plaats van «Moram raditi» zegt hij «Moram da radim» (ik moet werken). Het werkwoord na «da» is een echte, vervoegde vorm in de tegenwoordige tijd en komt in persoon en getal overeen met zijn onderwerp. De belangrijkste regel gaat over het onderwerp. Als het onderwerp van het hoofdwerkwoord en dat van de tegenwoordige tijd hetzelfde zijn, kan de infinitief nog, maar «Hoću da idem» klinkt veel levendiger. Als de onderwerpen verschillen, is de infinitief onmogelijk: dan moet «da» + tegenwoordige tijd. Daarom betekent «Hoću da ideš» «ik wil dat je gaat»: de tegenwoordige tijd richt zich naar de tweede persoon. Precies dat drukt het Nederlands uit met «dat»-zin, en in het Servisch vervult «da» + tegenwoordige tijd die rol. Je kunt niet «Hoću ići ti» zeggen; de enige juiste vorm is «Hoću da ideš». De constructie verschijnt na de werkwoorden die je voortdurend gebruikt: hteti (willen), morati (moeten), moći (kunnen), trebati (behoren), željeti (wensen). Kijk hoe de tegenwoordige tijd per persoon verandert: da idem, da ideš, da ide, da idemo, da idete, da idu. Ze draagt ook advies en milde plicht goed — «Treba da učiš» (je zou moeten studeren) — en toestemming — «Možeš da dođeš sutra» (je mag morgen komen). Onthoud: in plaats van de infinitief, «da» + tegenwoordige tijd; laat de tegenwoordige tijd overeenkomen met het onderwerp; en bij verschillende onderwerpen is «da» + tegenwoordige tijd verplicht.

Voorbeelden

  • Hoću da idem. I want to go.
  • Hoću da ideš. I want you to go.
  • Treba da učiš. You should study.

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. da + prezent

    onze vervanger voor de infinitief

    Hoću ići klopt, maar klinkt als uit een oud boek. In de spreektaal zeggen we iets heel anders.

  2. 🔁

    infinitief → da + prezent

    In het Servisch vervang je de infinitief heel vaak door da plus de tegenwoordige tijd. In de dagelijkse taal is dat de natuurlijke keuze na werkwoorden als hteti, morati en moći.

  3. Hoe de constructie ontstaat

    infinitief (boekentaal)
    • Hoću ići.
    • Moram raditi.
    • Mogu doći.
    da + tegenwoordige tijd (spreektaal)
    • Hoću da idem.
    • Moram da radim.
    • Mogu da dođem.

    Zo ziet dat eruit. De infinitief ići wordt da idem. Het hoofdwerkwoord blijft gelijk, het tweede staat in de tegenwoordige tijd en past zich aan het onderwerp aan in persoon en getal.

  4. Hoću da idem.

    zelfde onderwerp: ja hoću, ja idem

    We beginnen heel eenvoudig. Na het werkwoord hteti zeggen we natuurlijk: Hoću da idem.

  5. Moram da radim.

    ja moram → ja radim

    Net zo na morati. Het tweede werkwoord staat in de tegenwoordige tijd en past bij het onderwerp: Moram da radim.

  6. da + ići

    ja da idem
    ti da ideš
    on/ona da ide
    mi da idemo
    vi da idete
    oni da idu

    Omdat de tegenwoordige tijd zich aan het onderwerp aanpast, verandert de vorm na da per persoon. Voor het werkwoord ići ziet dat er zo uit: da idem, da ideš, da ide, da idemo, da idete, da idu.

  7. Zelfde of ander onderwerp

    zelfde onderwerp
    • Hoću da idem.
    • (ja → ja)
    ander onderwerp
    • Hoću da ideš.
    • (ja → ti)

    Nu het belangrijkste. Het onderwerp van het hoofdwerkwoord en dat van de tegenwoordige tijd hoeven niet gelijk te zijn. Zijn ze gelijk, dan zeg je hoću da idemja hoću, ja idem. Wil je dat iemand anders iets doet, dan past de tegenwoordige tijd bij die andere persoon.

  8. Hoću da ideš.

    ja hoću → ti ideš

    Zo klinkt het als iemand anders iets moet doen. Ja hoću, maar ideš ti: Hoću da ideš.

  9. Hoću ići ti. infinitief voor een ander onderwerp
    Hoću da ideš. ander onderwerp → verplicht da + prezent

    Twee verschillende onderwerpen vragen altijd om da + tegenwoordige tijd.

    En juist hier geldt de kernregel. Bij verschillende onderwerpen werkt de infinitief niet — je moet da plus de tegenwoordige tijd gebruiken. Je kunt niet hoću ići ti zeggen; alleen hoću da ideš is goed.

  10. Treba da učiš.

    advies: treba da + prezent

    De constructie draagt ook een advies of lichte verplichting. Na het werkwoord trebati zeggen we: Treba da učiš.

  11. Možeš da dođeš sutra.

    ti možeš → ti dođeš

    Ook na moći voor toestemming of mogelijkheid komt da plus de tegenwoordige tijd: Možeš da dođeš sutra.

  12. Hoću ići. correct, maar boekerig
    Hoću da idem. natuurlijk in spreektaal

    De infinitief is niet fout, maar da + tegenwoordige tijd klinkt levendiger.

    Nog één kleinigheid. Bij hetzelfde onderwerp is de infinitief wel correct, maar klinkt formeel en boekerig. In een gesprek is da plus de tegenwoordige tijd natuurlijker — kies dus hoću da idem in plaats van hoću ići.

  13. Onthoud

    • Infinitief → da + prezent (spreektaal)
    • De tegenwoordige tijd komt overeen met het onderwerp
    • Ander onderwerp → da + prezent is verplicht

    Onthoud: gebruik in plaats van de infinitief da plus de tegenwoordige tijd, laat die overeenkomen met het onderwerp, en bij verschillende onderwerpen is da plus de tegenwoordige tijd verplicht.