Het Servische betrekkelijk voornaamwoord koji – geslacht van buiten, naamval van binnen
Het Servische betrekkelijk voornaamwoord koji (die, dat, wie, welke) koppelt een bijzin aan een zelfstandig naamwoord, en het werkt volgens één heldere regel. Die regel bestaat uit een splitsing: koji neemt geslacht en getal over van zijn antecedent – het woord waarnaar het verwijst, dus „van buiten“ – maar zijn naamval krijgt het van de rol die het „van binnen“ speelt, namelijk in de bijzin zelf. Precies dat samenspel is de kern van deze les. Kijk eerst naar de basisvormen: koji (mannelijk), koja (vrouwelijk), koje (onzijdig). Deze vormen worden verder verbogen, bijvoorbeeld in de accusatief tot koga of kog (m.) en koju (v.), en in de datief en locatief tot kome of kom. Welke uitgang je kiest, beslis je in twee stappen. Laten we de voorbeelden doorlopen. In „čovek koji radi“ (de man die werkt) is het antecedent čovek mannelijk enkelvoud – vandaar koji en niet koja. Binnen de bijzin is koji het onderwerp bij radi, dus de nominatief: koji. In „knjiga koju čitam“ (het boek dat ik lees) is knjiga vrouwelijk – dus de v-vorm. In de bijzin is het echter het lijdend voorwerp bij čitam, dus accusatief vrouwelijk: koju. In „grad u kome živim“ (de stad waarin ik woon) staat koji na het voorzetsel u en neemt het de naamval die dat voorzetsel vraagt, de locatief: kome. Nog meer voorbeelden: „čovek koga vidim“ (accusatief), „prijatelj kome verujem“ (datief, omdat verovati de datief regeert), „auto koji vozim“ en „ljudi koji čekaju“ (meervoud, onderwerp → nominatief koji). Voor jou als Nederlandstalige zit hier één vertrouwd stuk en één nieuw stuk. Het vertrouwde: ook in het Nederlands kiest het betrekkelijk voornaamwoord tussen die en dat naar geslacht en getal van het antecedent – „de man die werkt“ tegenover „het boek dat ik lees“. Dat herken je meteen in het Servisch. Het nieuwe deel is de naamval. Het Nederlands heeft zijn naamvallen grotendeels verloren, dus die en dat veranderen niet van vorm naargelang ze onderwerp of lijdend voorwerp zijn. In het Servisch verandert koji wél: dezelfde verwijzing krijgt een andere uitgang afhankelijk van zijn functie in de bijzin. Dat is precies wat je erbij moet leren – niet de keuze tussen mannelijk en vrouwelijk, maar de keuze van de naamval. Let op de grootste valkuil, de attractiefout: men kopieert per ongeluk de naamval van het antecedent op koji. Fout is „Vidim čoveka kojeg radi“, goed is „Vidim čoveka koji radi“ – čoveka staat dan wel in de accusatief, maar koji is in de bijzin het onderwerp en blijft dus nominatief. Onthoud: vraag altijd welke rol koji ín de bijzin speelt, niet in welke naamval het antecedent toevallig staat.
Voorbeelden
- čovek koji radi the man who works
- knjiga koju čitam the book that I'm reading
- grad u kome živim the city I live in
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Er is één woord dat twee korte zinnen tot een rijkere zin samenvoegt, en juist daar struikelen de meesten.
-
Het woord koji verbindt een beschrijvende bijzin met een zelfstandig naamwoord. Daarmee maak je van twee zinnen één, en dat is de sprong naar vlot spreken.
-
Dit is de kern van de hele regel. Het woord koji komt in geslacht en getal overeen met het naamwoord waar het naar verwijst, dat komt van buiten. Maar de naamval krijgt het van binnen, uit zijn rol in de bijzin.
-
Begin met het makkelijkste. Als koji het onderwerp van zijn zin is, blijft het in de nominatief. čovek koji radi
-
Wissel nu de rol. Hier is koji niet degene die werkt, maar degene die ik zie, dus het lijdend voorwerp. Daarom gaat het naar de accusatief en wordt het koga. čovek koga vidim
-
Nu is het naamwoord vrouwelijk, knjiga, dus kiezen we koju, niet koji. Het geslacht komt van buiten overeen, en omdat het boek het gelezen voorwerp is, is de naamval de accusatief. knjiga koju čitam
-
Als er een voorzetsel voor komt, bepaalt dat de naamval. In grad u kome živim vraagt het voorzetsel u om de locatief, dus wordt koji tot kome. grad u kome živim
-
Sommige werkwoorden vragen de datief, en dan koji ook. Het werkwoord verovati, vertrouwen, regeert de datief, dus in prijatelj kome verujem is de vorm kome. prijatelj kome verujem
-
Even heel duidelijk: het geslacht van het naamwoord zegt of je koji, koja of koje kiest. Het werkwoord of voorzetsel binnen de bijzin zegt welke naamval die vorm krijgt.
-
En hier is de klassieke valkuil. Veel mensen dwingen koji om de naamval van het voorgaande naamwoord over te nemen. Maar dat mag niet. Vidim čoveka, dus je zou aan accusatief denken; toch, als hij werkt, is koji het onderwerp van zijn eigen zin en blijft het in de nominatief.
-
Kijk nog eens naar hetzelfde naamwoord in twee rollen. Auto koji vozim: hier is de auto het voorwerp, dus koji luidt koji in de accusatief voor een mannelijk ding. Zelfde logica, volg gewoon de rol. auto koji vozim
-
En in het meervoud blijft het principe gelden: geslacht en getal van buiten, naamval van binnen. ljudi koji čekaju
-
Onthoud het zo: geslacht en getal van buiten, naamval van binnen.