Rangtelwoorden en klokkijken in het Servisch
In het Servisch is een rangtelwoord eigenlijk een bijvoeglijk naamwoord. Daarom richt het zich naar het zelfstandig naamwoord in geslacht, getal en naamval. Zo zeg je prvi sprat (mannelijk, de eerste verdieping), prva ulica (vrouwelijk, de eerste straat) en prvo mesto (onzijdig, de eerste plaats). Let op treći: in het onzijdig is het niet *prvo*-achtig op -o, maar treće, met een palatale -e. Voor Nederlandstaligen is dit het grote verschil. Onze rangtelwoorden veranderen nauwelijks: "de eerste straat", "de eerste verdieping" en "de eerste plaats" gebruiken allemaal gewoon "eerste". Het Servisch verandert de uitgang per geslacht en per naamval, dus die overeenstemming moet je actief leren. De eerste tien rangtelwoorden zijn aparte woorden die je uit je hoofd leert: prvi, drugi, treći, četvrti, peti, šesti, sedmi, osmi, deveti, deseti. Vanaf elf zijn ze regelmatig: jedanaesti, dvanaesti, dvadeseti. In een naamval volgt het rangtelwoord het zelfstandig naamwoord: Stanujem na drugom spratu (ik woon op de tweede verdieping). Hier is drugom een locatief, na het voorzetsel na. Voor klokkijken gebruikt het Servisch HOOFDtelwoorden plus de telvorm van sat (uur). Er is een splitsing: bij 2–4 hoort sata (Sada je tri sata, het is drie uur), bij 5 en meer hoort sati (Sada je pet sati, het is vijf uur). "Om" zeg je met u: Sastanak je u pet sati. Je vraagt: Koliko je sati? Minuten erna: osam i pet (8:05). Minuten ervoor met do: petnaest do sedam (6:45). Het halve uur telt vooruit: pola devet is 8:30 — net als "half negen" in het Nederlands, dat ook 8:30 betekent. Dat is een prettig houvast. Dagdelen: ujutru, po podne, uveče, noću. Een datum staat in de GENITIEF, zowel het rangtelwoord als de maand: Rođen sam prvog maja (ik ben geboren op één mei). Ispit je drugog juna (het examen is op twee juni). Twee veelgemaakte fouten. Een datum als tijdstip moet in de genitief: fout is Sastanak je prvi maj (dat klinkt alsof de vergadering de feestdag zelf is), goed is Sastanak je prvog maja. En het geslacht moet kloppen: niet *prvi ulica*, maar prva ulica, want ulica is vrouwelijk.
Voorbeelden
- prvi sprat the first floor
- Sada je pet sati. It's five o'clock.
- drugog juna on the second of June
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Je wilt prvog maja zeggen, maar er rolt prvi maj uit. Een detail? Nee. Rangtelwoorden veranderen, en zodra je dat leert, geven datums en tijden geen problemen meer.
-
Dit is het geheim. Hoofdtelwoorden, jedan, dva, tri, tellen alleen. Rangtelwoorden zeggen de volgorde: prvi, drugi, treći. En hier zit de sleutel: een rangtelwoord is een bijvoeglijk naamwoord.
-
Omdat een rangtelwoord een bijvoeglijk naamwoord is, gedraagt het zich als elk ander. Het komt overeen met het zelfstandig naamwoord in geslacht, getal en naamval. Het verandert mee, net als de woorden nov of velik.
-
Kijk hoe prvi verandert per geslacht. Mannelijk: prvi sprat. Vrouwelijk: prva ulica. Onzijdig: prvo mesto.
-
In een zin ziet het er zo uit. Stanujem na drugom spratu. Het woord drugom staat in de locatief, omdat het het zelfstandig naamwoord sprat volgt na het voorzetsel na.
-
Nu de tijd. Hoe laat is het? We gebruiken het rangtelwoord en het woord sat. Sada je tri sata. Na dva, tri en četiri komt de vorm sata.
-
Vanaf vijf verandert het zelfstandig naamwoord. Je zegt: Sada je pet sati. Pet sati, šest sati, sedam sati — de vorm sati geldt vanaf vijf.
-
Als je zegt hoe laat iets gebeurt, gebruik je het voorzetsel u. Sastanak je u pet sati. U pet, u sedam, u deset — voorzetsel u plus de tijd.
-
En nu het belangrijkste — datums. Een datum vraagt de genitief van het rangtelwoord en de maand. prvog maja. Prvog is de genitief van prvi, maja is de genitief van maj. Daarom zeg je niet prvi maj als je aangeeft wanneer iets gebeurde, maar prvog maja.
-
Nog een datum, om te oefenen. Ispit je drugog juna. Drugog juna — opnieuw allebei in de genitief, rangtelwoord en maand samen.
-
Hier is de meest gemaakte fout. Veel mensen laten het rangtelwoord onveranderd, alsof het een hoofdtelwoord is. Sastanak je prvi maj — dat klinkt alsof de vergadering de feestdag zelf is. Als je wanneer zegt, heb je de genitief nodig: Sastanak je prvog maja.
-
En nog een valkuil — het geslacht. Het rangtelwoord moet het geslacht van het zelfstandig naamwoord volgen. Je zegt niet prvi ulica. Ulica is vrouwelijk, dus het rangtelwoord moet prva zijn: prva ulica levo.
-
En tot slot, een nuance. De eerste tien rangtelwoorden zijn speciale woorden om te onthouden: prvi, drugi, treći, četvrti, peti, šesti, sedmi, osmi, deveti, deseti. Vanaf jedanaesti worden ze regelmatig gevormd, met een uitgang: jedanaesti, dvanaesti, dvadeseti.
-
Onthoud het zo. Het rangtelwoord is een bijvoeglijk naamwoord — het komt overeen in geslacht, getal en naamval. De tijd: tot vier komt sata, vanaf vijf sati. En de datum wanneer vraagt altijd de genitief: prvog maja.