De second conditional in het Engels: if + verleden tijd, would + werkwoord
De second conditional gebruik je in het Engels voor onwerkelijke, denkbeeldige of onwaarschijnlijke situaties in het heden of de toekomst. De vorm is vast: 'if' + past simple in de als-zin, en 'would' + hele werkwoord in de hoofdzin, bijvoorbeeld 'If I won the lottery, I'd travel.' De verleden tijd duidt hier geen verleden aan, maar betekent juist 'onwerkelijk' — net zoals het Nederlands met 'Als ik de loterij won, zou ik reizen' de imperfectum als onwerkelijk-signaal inzet. Let op twee dingen: zet nooit 'would' in de if-zin ('If I would win' is fout), en onthoud de vaste uitdrukking om advies te geven: 'If I were you, I'd apologise' — altijd 'were', voor alle personen, en vraag een hypothese met 'What would you do if you lost your job?'
Voorbeelden
- If I won the lottery, I'd travel. an imaginary, unlikely situation
- If I were you, I'd apologise. giving advice
- What would you do if you lost your job? asking about a hypothetical
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Wil je over je dromen praten, advies geven of je een ander leven voorstellen? Je hebt één structuur nodig — en de meeste leerders doen één helft fout.
-
Gebruik de tweede conditional voor onwerkelijke of onwaarschijnlijke situaties: een denkbeeldig heden en toekomst. Het recept heeft twee helften: de if-zin en het resultaat.
-
Dit is de truc. De verleden tijd in de if-zin betekent geen verleden. Het is een signaal dat de situatie niet echt is. Daarna draagt would het denkbeeldige resultaat.
-
Neem de klassieke dagdroom. De loterij winnen is onwaarschijnlijk, dus gaan we onwerkelijk. If I won the lottery, I'd travel the world.
-
Let op: I'd is gewoon I would verkort. Het resultaat gebruikt altijd would plus de basisvorm — hier travel. If I had more time, I would learn the guitar.
-
Advies houdt van deze structuur. De nuttigste zin in het Engels: If I were you. If I were you, I'd apologise.
-
En die were is geen typfout. In de tweede conditional gebruiken we were voor elke persoon: I, he, she, it. If I were, if he were. Spreektalig sluipt was erin, maar hier is were correct.
-
Je kunt ook naar een hypothese vragen. Maak het resultaat een vraag en houd de if-zin in de verleden tijd. What would you do if you lost your job?
-
Nu de grote fout. Leerders willen would in de if-zin zetten: If I would win. Fout. Would komt nooit na if. De if-zin staat in de verleden tijd — if I won — en would blijft in het resultaat.
-
En verwar het niet met de eerste conditional. If it rains, I'll stay is een echte mogelijkheid. If it rained, I'd stay stelt zich een onwaarschijnlijke voor.
-
Onthoud dus: if plus verleden tijd, dan would plus basisvorm. Het verleden betekent onwerkelijk, en na if zeg je were, nooit would.