Reported speech: uitspraken doorvertellen in het Engels
Wil je in het Engels navertellen wat iemand zei, dan gebruik je de indirecte rede (reported speech). Het belangrijkste verschil met het Nederlands is de zogenoemde backshift: de werkwoordstijd schuift meestal een stap terug. 'I am busy' wordt dan 'He said (that) he was busy', 'I will call' wordt 'She told me she would call' en 'we can help' wordt 'They said they could help'. Let er ook op dat voornaamwoorden en tijdswoorden meeveranderen ('here' wordt 'there', 'tomorrow' wordt 'the next day'); 'that' mag je weglaten.
Voorbeelden
- He said (that) he was busy. reporting 'I am busy'
- She told me she would call. reporting 'I will call'
- They said they could help. reporting 'we can help'
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Iemand vertelt je iets. Je geeft het door, en maakt een fout die bijna iedereen maakt.
-
Als je navertelt wat iemand zei, zet je de tijd meestal een stap terug in het verleden. Dat heet de backshift.
-
De originele woorden klopten op het moment dat ze gezegd werden. Vertel je ze later, op afstand, dan toon je die afstand door het werkwoord terug te zetten.
-
Begin simpel. Hij zei: I am busy. Tegenwoordige tijd wordt verleden, en I wordt he. He said (that) he was busy.
-
Will gaat terug naar would. Zij zei: I will call. She told me she would call.
-
Can gaat terug naar could. Ze zeiden: We can help. They said they could help.
-
Let op twee woordjes. Said heeft geen persoon nodig. Told wel: je vertelt iemand iets.
-
Tijdwoorden veranderen ook. Tomorrow, later verteld, wordt the next day. She said she would leave the next day.
-
En plaatswoorden. Here wordt there als je het ergens anders navertelt. He said he liked it there.
-
Dit is de klassieke fout. Het verslag is verleden tijd, dus laat het werkwoord niet in de tegenwoordige tijd. Niet she said she is tired: zet het terug.
-
Een nuance. Als het nu nog waar is, een feit dat niet veranderd is, mag je de tegenwoordige tijd houden. He said he lives in Rome is prima.
-
En het woordje that is altijd optioneel. Zet het erbij of laat het weg: allebei goed.
-
Kort: werkwoord een stap terug, voornaamwoorden en tijdwoorden aangepast, en that optioneel. Dat is de indirecte rede.