How much of how many in het Engels: wanneer gebruik je wat?
In het Engels hangt de keuze tussen 'how much' en 'how many' af van het soort zelfstandig naamwoord. Bij telbare dingen (meervoud) gebruik je 'how many': "How many people are coming?". Bij niet-telbare stoffen of begrippen gebruik je 'how much': "How much sugar do you want?". Let op: in het Nederlands zeggen we voor allebei gewoon 'hoeveel', dus daar voel je het verschil niet — in het Engels moet je je dus afvragen of je het zelfstandig naamwoord kunt tellen. 'How much' vraag je trouwens ook naar de prijs: "How much is this?".
Voorbeelden
- How many people are coming? asking the number of people
- How much sugar do you want? asking the amount of sugar
- How much is this? asking the price
De volledige les
Alles uit de video, in tekst.
-
Vraag How much people are coming? en elke Engelse moedertaalspreker hoort de fout meteen. Eén klein woordje verraadt je.
-
Het goede nieuws: er zit één heldere regel achter. De keuze hangt er alleen van af of je het ding stuk voor stuk kunt tellen. Laten we het vastzetten.
-
Telbare zelfstandige naamwoorden kun je in losse eenheden splitsen en van een getal voorzien: één boek, twee boeken, drie boeken. Ontelbare vormen een massa die je niet stuk voor stuk telt: water, geld, tijd. Die meet je, je telt ze niet.
-
Hier is het verraderlijke teken. Bij how many staat het zelfstandig naamwoord altijd in het meervoud: veel dingen. Bij how much blijft het enkelvoud, want je deelt het nooit op. Let op die uitgang.
-
Begin met people. Je kunt ze tellen, dus is het how many, en let op het meervoud. How many people are coming?
-
Appels zijn ook telbaar: één appel, twee appels. Weer how many, meervoud. How many apples do you need?
-
Schakel nu over op suiker. Suiker tel je in gewone spraak niet korrel voor korrel; het is een massa. Dus how much, en het woord blijft enkelvoud. How much sugar do you want?
-
Geld is de klassieke ontelbare valkuil. Munten tel je, maar geld zelf is een massa, dus how much, nooit how many. How much money do you have?
-
En hier een heel handige. Om naar de prijs van iets te vragen, gebruikt het Engels how much: je vraagt eigenlijk hoeveel geld het kost. How much is this?
-
Nu de fout die iedereen maakt. People is telbaar, dus How much people is fout: het moet how many people zijn. Stem het woord af op het zelfstandig naamwoord.
-
En de valkuil andersom. Water is een massa — hier kun je niet two waters zeggen —, dus How many water is fout. Het moet how much water zijn.
-
Een korte nuance om natuurlijk te klinken. Een paar woorden wisselen naar betekenis. Time als hoeveelheid tijd is ontelbaar: how much time. Maar times als losse keren is telbaar: how many times. Zelfde woord, twee ideeën.
-
Onthoud het zo. Kun je het stuk voor stuk tellen? Gebruik how many met een meervoud. Is het een massa of een prijs? Gebruik how much in enkelvoud.