Werkwoorden

Engels 'wish' en 'if only': spijt en irritatie correct uitdrukken

Niveau B2 Werkwoorden
Kerngedachte

In het Engels gebruik je 'wish' (en het sterkere 'if only') om spijt of ontevredenheid uit te drukken, en let op: na 'wish' gaat de werkwoordstijd altijd een stap terug. Voor spijt over het heden gebruik je de past simple: "I wish I had more money." Voor spijt over het verleden gebruik je de past perfect: "I wish I had studied harder." En om te klagen over wat iemand anders doet, gebruik je 'would': "I wish you would listen." In het Nederlands zeg je vaak gewoon 'ik wou dat ik meer geld had' met een verleden tijd, dus dat gevoel klopt al; de valkuil is dat je na 'wish' nooit de tegenwoordige tijd gebruikt ('I wish I have' is fout).

Voorbeelden

  • I wish I had more money. regret about the present lack of money
  • I wish I had studied harder. regret about the past
  • I wish you would listen. complaining about someone's behaviour

De volledige les

Alles uit de video, in tekst.

  1. wish / if only

    praten over waar je spijt van hebt

    Zeg I wish I have more time en elke spreker hoort de fout. Na wish is de tegenwoordige tijd fout. Dit moet je zeggen.

  2. wish = je wilt dat de werkelijkheid anders is.

    We gebruiken wish voor wat we anders willen: spijt, een klacht, de wens dat het anders was. De truc is welke tijd erop volgt.

  3. Ga na 'wish' een stap terug in de tijd.

    De sleutel: ga na wish een tijd terug. Voor het nu gebruik je de past simple, niet de tegenwoordige tijd.

  4. I wish I had more money.

    spijt over nu → past simple

    Voor spijt over het heden gebruik je de past simple. I wish I had more money. Ik heb nu weinig, en dat vind ik jammer. Verleden vorm, heden betekenis.

  5. I wish I lived by the sea.

    wens over het heden

    Het werkt ook voor situaties. I wish I lived by the sea. Ik woon niet aan zee, maar zou het graag willen. Weer verleden voor een wens over nu.

  6. Spijt over het verleden? Gebruik 'had' + deelwoord.

    Nu spijt over het verleden: iets gedaan of nagelaten. Ga nog een stap terug, naar de past perfect: had plus voltooid deelwoord.

  7. I wish I had studied harder.

    spijt verleden → past perfect

    Hier de klassieke spijt. I wish I had studied harder. Ik heb niet hard geleerd, en nu is het te laat. De past perfect wijst op een afgesloten verleden.

  8. I wish you would listen.

    'would' = klacht over gedrag

    En er is een derde gebruik: klagen over iemands irritante gewoonte. Daarvoor wish plus would. I wish you would listen.

  9. I wish I have more time. tegenwoordige tijd na 'wish'
    I wish I had more time. past simple na 'wish'

    Ga na 'wish' een tijd terug, nooit het heden.

    Nu de valkuil die je verraadt. Nooit de tegenwoordige tijd na wish. Niet I wish I have more time, maar I wish I had more time.

  10. Stem de tijd af op het moment

    nu
    • I wish I had more time.
    • past simple
    • spijt over nu
    het verleden
    • I wish I had saved more.
    • past perfect
    • spijt over vroeger

    En verwar spijt over nu en vroeger niet. Gaat het om nu, past simple. Gaat het om een afgesloten verleden, past perfect: kies de juiste afstand.

  11. Onthoud

    • nu → wish + past simple
    • verleden → wish + had + deelwoord
    • klacht → wish + would

    Dus: spijt over nu, past simple. Spijt over vroeger, past perfect. Irritante gewoonte, wish plus would. En if only is een sterker wish, dezelfde regels.